NEDERLANDS
🇺🇦

Schaatsen

ДієсловоA1

Допоміжне дієслово

hebben

regelmatig werkwoord (zwak werkwoord)

Het werkwoord 'schaatsen' wordt vaak geassocieerd met winterse activiteiten en ijs. Het kan zowel recreatief als sportief gebruikt worden.

Infinitief

Tegenwoordige tijd

  • ik

  • jij / je, u, wij / we, jullie

  • hij, zij / ze, het

Verleden tijd

  • ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het

  • wij / we, jullie, zij / ze

Voltooid deelwoord

Tegenwoordig deelwoord

Aanvoegende wijs

  • ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie, zij / ze

Gebiedende wijs

Приклади

  • Ik schaats elke winter op de ijsbaan in mijn stad.

    tegenwoordige tijd, aantonende wijs

  • Heb je ooit op natuurijs geschaatst?

    voltooid tegenwoordige tijd, aantonende wijs

  • Als het hard genoeg vriest, schaatse ik op de grachten.

    tegenwoordige tijd, aanvoegende wijs

  • Schaats niet te snel, het ijs is glad!

    tegenwoordige tijd, gebiedende wijs

Я створив цей словник як найповніший ресурс для тих, хто вивчає нідерландську. Визначення та приклади генеруються, тому ви можете іноді помітити помилку — довіряйте своїй інтуїції.