Sneeuw
Π€ΠΎΡΠΌΠΈ ΠΎΠ΄Π½ΠΈΠ½ΠΈ
Sneeuw is bijna altijd een niet-telbaar zelfstandig naamwoord; je gebruikt het in het enkelvoud en zonder lidwoord 'een'.
- ΠΠ·Π½Π°ΡΠ΅Π½ΠΈΠΉ (de/het)
- ΠΠ΅ΠΎΠ·Π½Π°ΡΠ΅Π½ΠΈΠΉ (een)
- ΠΠ΅Π· Π°ΡΡΠΈΠΊΠ»Ρ
Π€ΠΎΡΠΌΠΈ ΠΌΠ½ΠΎΠΆΠΈΠ½ΠΈ
Het meervoud 'sneeuwen' bestaat wel, maar is zeldzaam en vooral literair of technisch (bijv. voor verschillende soorten sneeuw).
- ΠΠ·Π½Π°ΡΠ΅Π½ΠΈΠΉ (de)
- ΠΠ΅Π· Π°ΡΡΠΈΠΊΠ»Ρ
Π§Π°ΡΡΠΎΡΠ½Ρ ΡΠΊΠ»Π°Π΄Π΅Π½Ρ ΡΠ»ΠΎΠ²Π°
sneeuwbal
bal gevormd uit samengedrukte sneeuw
sneeuwpop
figuur gemaakt van opgestapelde sneeuw
sneeuwvlok
afzonderlijk kristal van sneeuw
sneeuwstorm
storm met veel vallende sneeuw
poedersneeuw
lichte, droge sneeuw die goed is om op te skiΓ«n
sneeuwketting
ketting rond autobanden voor grip op sneeuw
Π§Π°ΡΡΠΎΡΠ½Ρ ΡΠ»ΠΎΠ²ΠΎΡΠΏΠΎΠ»ΡΡΠ΅Π½Π½Ρ
valt
Het werkwoord 'vallen' wordt veel gebruikt: 'de sneeuw valt'.
ligt
Sneeuw die op de grond is aangekomen 'ligt' ergens.
smelt
Als de temperatuur stijgt, 'smelt' de sneeuw.
dikke laag
Vaste combinatie om hoeveelheid aan te geven.
in de sneeuw
Voorzetselgroep voor activiteit of plaats.
ΠΠ°ΠΆΠ»ΠΈΠ²Ρ Π·Π°ΡΠ²Π°ΠΆΠ΅Π½Π½Ρ
- countability:Sneeuw is een stofnaam en wordt normaal gesproken niet in het meervoud of met 'een' gebruikt; zeg 'wat sneeuw' of 'een beetje sneeuw' als je een kleine hoeveelheid bedoelt.
- usage:Geen verkleinwoord in het standaard Nederlands; 'sneeuwtje' komt voor maar is informeel en ongebruikelijk.
- irregular:Het meervoud 'sneeuwen' wordt in de praktijk zelden gebruikt; gebruik bij voorkeur 'soorten sneeuw'.
Π― ΡΡΠ²ΠΎΡΠΈΠ² ΡΠ΅ΠΉ ΡΠ»ΠΎΠ²Π½ΠΈΠΊ ΡΠΊ Π½Π°ΠΉΠΏΠΎΠ²Π½ΡΡΠΈΠΉ ΡΠ΅ΡΡΡΡ Π΄Π»Ρ ΡΠΈΡ , Ρ ΡΠΎ Π²ΠΈΠ²ΡΠ°Ρ Π½ΡΠ΄Π΅ΡΠ»Π°Π½Π΄ΡΡΠΊΡ. ΠΠΈΠ·Π½Π°ΡΠ΅Π½Π½Ρ ΡΠ° ΠΏΡΠΈΠΊΠ»Π°Π΄ΠΈ Π³Π΅Π½Π΅ΡΡΡΡΡΡΡ, ΡΠΎΠΌΡ Π²ΠΈ ΠΌΠΎΠΆΠ΅ΡΠ΅ ΡΠ½ΠΎΠ΄Ρ ΠΏΠΎΠΌΡΡΠΈΡΠΈ ΠΏΠΎΠΌΠΈΠ»ΠΊΡ β Π΄ΠΎΠ²ΡΡΡΠΉΡΠ΅ ΡΠ²ΠΎΡΠΉ ΡΠ½ΡΡΡΡΡΡ.