Допоміжне дієслово hebben
hebben; trans
Deze betekenis is in modern Nederlands minder gangbaar; 'in de was zetten' of 'waxen' worden vaak gebruikt.
Infinitief
Ik moet mijn ski's nog wassen voor de vakantie.
Tegenwoordige tijd ik
Ik was de tafel met bijenwas.
jij / je
Jij wast de vloer toch met natuurlijke was?
u
U wast uw meubels vast met goede producten.
hij
Hij wast zijn snowboard voor het seizoen.
zij / ze
Zij wast de eikenhouten tafel van oma.
het
De machine wast de vloer automatisch in de was.
wij / we
Wij wassen de parketvloer elk voorjaar.
jullie
Jullie wassen de planken toch zelf?
zij / ze
De monniken wassen de houten banken elke maand.
Verleden tijd ik
Ik waste het hout totdat het glansde.
jij / je
Jij waste je ski's nog net op tijd.
u
U waste vroeger altijd zelf uw meubels.
hij
Hij waste de houten vloer grondig in.
zij / ze
Zij waste de antieke kast met bijenwas.
het
Het robotje waste de parketvloer keurig in.
wij / we
We wasten alle banken voor de ceremonie.
jullie
Jullie wasten de planken net voor het feest.
zij / ze
De restauratoren wasten de oude lambrisering opnieuw in.
Voltooid deelwoord
De tafel is net gewast en mag je nog niet aanraken.
Tegenwoordig deelwoord
Wassend en poetsend werkte hij aan de oude kast.
De wassende hand van de restaurator was heel voorzichtig.
Gebiedende wijs
Was die houten vloer eerst even goed in!
Aanvoegende wijs
Men wasse het hout zorgvuldig met natuurlijke producten.
Приклади De restaurateur waste de antieke tafel met natuurlijke bijenwas.
verleden, indicatief
Mijn opa heeft zijn ski's altijd zelf gewast.
voltooid tegenwoordig, indicatief
Я створив цей словник як найповніший ресурс для тих, хто вивчає нідерландську. Визначення та приклади генеруються, тому ви можете іноді помітити помилку — довіряйте своїй інтуїції.