🇺🇦

Wassen

Допоміжне дієслово

hebben

hebben; trans

Deze betekenis is in modern Nederlands minder gangbaar; 'in de was zetten' of 'waxen' worden vaak gebruikt.

Infinitief

Tegenwoordige tijd

  • ik

  • jij / je

  • u

  • hij

  • zij / ze

  • het

  • wij / we

  • jullie

  • zij / ze

Verleden tijd

  • ik

  • jij / je

  • u

  • hij

  • zij / ze

  • het

  • wij / we

  • jullie

  • zij / ze

Voltooid deelwoord

Tegenwoordig deelwoord

Gebiedende wijs

Aanvoegende wijs

Приклади

  • De restaurateur waste de antieke tafel met natuurlijke bijenwas.

    verleden, indicatief

  • Mijn opa heeft zijn ski's altijd zelf gewast.

    voltooid tegenwoordig, indicatief

Я створив цей словник як найповніший ресурс для тих, хто вивчає нідерландську. Визначення та приклади генеруються, тому ви можете іноді помітити помилку — довіряйте своїй інтуїції.