NEDERLANDS
🇬🇧

Woordenlijst

The most common Dutch words, ranked by how often they appear in everyday language. Based on the SUBTLEX-NL corpus — 44 million words of Dutch film and television subtitles.

2801–2850 of 4783 words

Common words
2801bloeiv.groeien en bloeien
2802muze
2805han
2806koord
2808vergoedingn.betaling voor schade
2809warmenv.heet maken
2810mug
2812uitslapenv.lange tijd slapen
2813po
2814hemzelfpron.persoon zelf
2815kousn.soort kledingstuk
2820vonkv.sproeien met vuur
2829geurenv.meervoud van geur
2830vloed
2831loopjongenn.jongen die boodschappen doet
2832fakkeln.draagbare vuurbron
2833dopenv.iets kort onderdompelen
2834huurdern.persoon die huurt
2835eeuwenlangadj.heel lange tijd
2836feestmaaln.grote maaltijd met feest
2837gezangn.zingen van liederen
2838haasv.rennen als haas
2839keverv.insecten verzamelen
2840notarisn.juridisch adviseur en bewaarder
2841ribafkorting voorheid
2842roerenn.vogelpoot
2843slaapplaatsn.plek om te slapen
2844sprekern.persoon die spreekt
2845terugdoenv.iets teruggeven of vergelden
2846bekeuringn.officieel geldboete papier
2847bokv.weigeren verder gaan
2848echtpaarn.getrouwd stel
2850buitenlandsadj.uit ander land