NEDERLANDS
🇬🇧

Woordenlijst

The most common Dutch words, ranked by how often they appear in everyday language. Based on the SUBTLEX-NL corpus — 44 million words of Dutch film and television subtitles.

51–100 of 3051 words

Top 5,000 — well-rounded vocabulary
51verschuldigdadj. — nog te betalen
52legendev. — leeg maken
54expertn. — deskundig persoon
55grootsn. — grote persoon
59ras
61levern. — orgaan in lichaam
62veroorlovenv. — to permit or allow
64opdagenv. — verschijnen komen
72negerv. — treiteren
73admiraaln. — hoge marineofficier
74bewakingn. — toezicht beveiliging
75achterlijkn. — verouderde term beperking
76tandartsn. — zorgverlener voor tanden en mond
77zeepv. — met zeep wassen
78fuckn. — grof woord vooral voor seksuele daad
79make-upn. — cosmetica voor het gezicht samenstelling uiterlijk
80mamman. — borstklier bij vrouwen
81inzetv. — iets in werking stellen
83troostn. — comfort geruststelling bij verdriet
84potenn. — handtekening zetten
85afzettenv. — markeren grens
86bouwn. — veldmaat
87pornon. — pornografisch materiaal
89knuffelv. — omhelzen liefdevol vasthouden
90inbraakn. — het zonder toestemming binnenkomen om te
91finalen. — het laatste beslissende deel van een
92misluktv. — niet slagen
93ofwelconj. — geeft een keuze of of of
94rechtszaakn. — rechtsprocedures en rechtszaken
95kappenv. — hoed voor op hoofd
96hieraanadv. — aan dit
97boeienn. — baken
100glorien. — grote eer of roem