NEDERLANDS
🇬🇧

Woordenlijst

The most common Dutch words, ranked by how often they appear in everyday language. Based on the SUBTLEX-NL corpus — 44 million words of Dutch film and television subtitles.

101–150 of 314 words

Less common words
101schenkingn. — donatie het geven van geld of
102fraudeurn. — iemand die fraude pleegt een oplichter
103aanwendenv. — gewoonte maken aanleren
104meepikkenv. — kort iets doen of stiekem iets
105kernenergien. — energie die vrijkomt bij reacties in
106besn. — afkorting van BES
124spaakn. — onderdeel van wiel
138kitschn. — vulgar of goedkoop
139onnoemelijkadj. — zeer groot of intens moeilijk in
140ontfutselenv. — iets krijgen door sluwheid of overreding
141voortouwn. — initiatief leiding
142afvoerbuisn. — buis die water of afvalwater afvoert
143geldstroomn. — beweging van geld tussen personen bedrijven
144slippenv. — uitglijden grip verliezen
145quotumn. — officieel vastgestelde hoeveelheid of aandeel
146veelvoudn. — grote hoeveelheid meerdere keren ook wiskundig
147champignonn. — eetbare paddenstoel
148speculantn. — iemand die met risico koopt of
149schadeclaimn. — eis om schadevergoeding
150snelheidsduiveln. — iemand die veel te hard rijdt