Woordenlijst

The most common Dutch words, ranked by how often they appear in everyday language. Based on the SUBTLEX-NL corpus β€” 44 million words of Dutch film and television subtitles.

2701–2750 of 89581 words

Top 5,000 β€” well-rounded vocabulary
2701vloekA2n. β€” aanroep om kwaad
2702jochB1
2703grasA2
2704geschenkB1
2705zusjeadv. β€” adverb usage
2706schoneconj. β€” verbinden zinnen
2707jongetjen. β€” jong dier
2708allangB1
2710ontdektev. β€” vinden of zien
2711handelenB1
2712chineesA2
2714klere
2716doofA2
2717bekendeA2v. β€” toeggeven dat iets waar is
2719schouderA2
2720dean
2721koeA2n. β€” dier dat melk geeft
2723vetA1adj. β€” fatty greasy
2724trappenA2n. β€” trap in huis
2725russen
2727trainenA2
2728spionA2
2729resultaatA2
2730beetA2v. β€” tanden gebruiken om iets te pakken
2731vliegtuigenn. β€” luchtvaartuig met vleugels
2732trouwtadj. β€” getrouwd zijn
2733startenB1v. β€” een proces beginnen
2734praattev. β€” met iemand converseren
2735jongedameB2
2736steektn. β€” een soort steek
2737realiteitB1
2738riepn. β€” een uitroep of aanklacht
2739bommenv. β€” hard rijden
2740snellen. β€” tijd of snelheid
2741steunenB1n. β€” ondersteunend element
2742paspoortA2
2744lust
2746overkantA2
2747grazenA2
2748gelegdv. β€” iets plaatsen of zetten
2749geneuktv. β€” seksuele handelingen
2750snelwegA1n. β€” motorway