NEDERLANDS
🇬🇧

Woordenlijst

The most common Dutch words, ranked by how often they appear in everyday language. Based on the SUBTLEX-NL corpus — 44 million words of Dutch film and television subtitles.

3601–3650 of 89581 words

Top 5,000 — well-rounded vocabulary
3601vette
3602volhoudenB1
3603teddy
3604rondje
3605pausA2
3606poesjen.vrouwelijke kat
3607testamentA2
3608zeldenB1adv.niet vaak voorkomend
3609kandidaatB1n.persoon die meedoet
3610dataB1n.tijdstip van gebeurtenis
3611baantjev.iets effenen of opruimen
3612bewaardv.iets veilig houden
3614stoereadj.flink en dapper
3616voordeurA2
3618verzekerv.garantie geven tegen risico
3619bruine
3620arrestatieA2n.het vasthouden van iemand door de
3621typischA2
3622snoepB1
3624receptA2n.kookvoorschrift voor gerecht
3626weduweA2n.vrouw van overleden echtgenoot
3627behoudenB1
3628bestondv.aanwezig zijn
3630blutA2
3631kerkhofA2
3633verbindv.iets aan elkaar maken
3634werktenn.activiteit of taak
3635voertn.voedsel voor dieren
3636stamA2n.volksgroep
3637bestuurB1v.leiden of sturen iemand of iets
3638koppenA2v.afsnijden of verwijderen
3639boodv.geven iets
3640geluisterdv.aandacht geven aan geluid
3641cirkelA2v.bewegen in een cirkel
3642afvalA2n.vuilnis
3643afzettenB2v.markeren grens
3645regeltv.in orde brengen
3646kuddeA2
3647huiltv.tranen laten
3648hakkenA2n.achterkant voet
3649lachtev.gapen van blijdschap