NEDERLANDS
🇬🇧

Woordenlijst

The most common Dutch words, ranked by how often they appear in everyday language. Based on the SUBTLEX-NL corpus — 44 million words of Dutch film and television subtitles.

4101–4150 of 89581 words

Top 5,000 — well-rounded vocabulary
4101hieropA2adv.op deze plaats of zaak
4104noodzakelijkB1adj.moet absoluut gebeuren
4106dekkenA2v.iets bedekken of beschermen
4107wetenschappersn.persoon die onderzoek doet
4108boterA2v.aansluiten bij een naam
4110affaireB1
4111harten
4112handdoekA2n.stof voor afdrogen
4113uiterstB1
4114stoned
4115schilderA2v.kunst maken met verf
4116rechterhandA2n.de hand aan de rechterkant van
4119warmteA2n.hoge temperatuur gevoel van gezelligheid
4120vreemdelingA2n.persoon uit ander land
4121klemv.vastgeklemde dingen
4122hamA2n.nageboorte van merrie
4123zongv.muziek maken met stem
4124kloosterA2n.gebouw of gemeenschap van monniken of
4125lekB1n.plaats waar iets lekt
4127bezittingenn.eigendom van iemand
4128afgenomenv.verkleinen of verminderen
4130kalkoenA2n.deel hoefijzer
4131frontB1
4132dozen
4134buitA2v.regen in korte periodes vallen
4135origineelB1
4136voornaamA1n.naam voor de achternaam
4137vastgebondenv.iets stevig bevestigen
4138makkie
4139mediaB1n.communicatiemiddel of tussenstof
4140doorstaanB1
4142intussenA2adv.in de tussentijd ondertussen
4143internationaleadj.tussen verschillende landen
4144aanraaktv.gevoelens of dingen aanraken
4146anderhalfA2num.eenhalve plus een
4147boninterj.klanknabootsing bonsgeluid
4148rotsen
4150microfoonB1