NEDERLANDS
🇬🇧

Woordenlijst

The most common Dutch words, ranked by how often they appear in everyday language. Based on the SUBTLEX-NL corpus — 44 million words of Dutch film and television subtitles.

4201–4250 of 89581 words

Top 5,000 — well-rounded vocabulary
4201ongelijkB1
4202chocolaA1n.zoete lekkernij van cacao
4203vrijgezelA2n.ongehuwde persoon
4204bordenn.plat voor eten
4205bewonderv.iets mooi vinden
4207artiestA2n.iemand die optreedt of kunst maakt
4208hoofdenB1n.bovenste deel lichaam
4209inzienB1
4210stortenA2v.geld of inhoud geven
4212zwerenA2v.plechtig beloven
4213vermoordev.iemand doden
4214beseffenA2v.zich realiseren
4215haaien
4216misdaanv.verkeerd handelen
4217rooiev.verwijderen van iets
4219oberA2n.restaurantmedewerker serveert eten
4220spaarv.geld bewaren voor later
4221nonA2n.vrouwelijke kloosterling
4222stoutB1n.stoere ongehoorzame persoon
4224zittingA2n.deel om op te zitten
4225uitgekozenv.iets selecteren
4226verklaardv.officieel zeggen
4227zoenA2n.kus geven
4228ademhalenA2v.lucht in en uit
4229beleidA2n.plan van aanpak
4231omgaat
4233gevluchtv.zich snel verplaatsen
4234gilA2v.krijsen van angst
4236eronderA2adv.onder dat ding
4238exactB2
4240falenB2
4241bezoekersn.iemand die op bezoek komt
4243reedsB1adv.al eerder gebeurd
4244rijkdomA2n.grote hoeveelheid bezit
4245schildA2n.sterrenbeeld of teken
4246snorA2v.haar op de bovenlip
4248kritiekA2adj.zeer belangrijk
4250kleinzoonA2n.zoon van kind