NEDERLANDS
🇬🇧

Woordenlijst

The most common Dutch words, ranked by how often they appear in everyday language. Based on the SUBTLEX-NL corpus — 44 million words of Dutch film and television subtitles.

4901–4950 of 89581 words

Top 5,000 — well-rounded vocabulary
4902noten
4903kotsenA2v.braken overgeven
4904trainerB1
4906amber
4907afleidingB1n.ontstaan uit iets
4908campusA2n.gebied van universiteit
4910kanjerB2n.grote indrukwekkende persoon
4911illusieB1
4913groeidev.ontwikkelen in grootte
4914genotB2n.prettig gevoel
4915rapportenn.schriftelijk verslag
4916opgedragenv.taak geven aan iemand
4918koekjev.meervoud koek
4919krakenA2n.scheur in bot
4920geslachtA2v.dier doden voor vlees
4921rijpA2v.volgroeid worden
4923naakte
4924magischB2
4926blake
4927afleveringB1n.deel van serie
4928ergsn.erg situatie
4930infoB1
4931hierdoorA2adv.door deze oorzaak
4932gedichtenn.poëzie of vers
4933hooptv.opstapelen
4934geitA2v.geluid maken als een geit
4936vestA2
4937bedoelenA2v.iets willen zeggen
4938opendoenA2v.iets open maken
4939ongevalB1n.ongeluk of incident
4941verschillenA2v.anders zijn in eigenschappen
4944tandA1n.hard deel in mond
4946vereistv.vereisen of nodig hebben
4947slokA2v.snel drinken of iets opslokken
4948gelijkev.worden zoals iets
4949erfenisA2n.nalatenschap iets wat iemand nalaat of
4950deugt