(verwijzing naar een specifiek moment in het verleden)
Destijds woonden we nog in Amsterdam.
Hij was destijds de beste speler van het team.
Destijds was Koninginnedag een belangrijke feestdag.
Vroeger, of zoals we zeggen destijds, was alles goedkoper.
Toen ik jong was, en dat was destijds, speelde ik veel buiten.
Was het destijds echt zo anders?
Destijds op school leerden we over de Gouden Eeuw.
Denk eens terug aan hoe het destijds was.
Destijds dragen mensen vaak andere kledingstijlen.
Destijds ging alles nog met de hand; tegenwoordig is alles geautomatiseerd.
Destijds was het leven eenvoudiger, en hadden we minder zorgen.
Destijds fietste ik altijd naar mijn werk.
Destijds zullen we ons deze tijden herinneren.
Destijds ging ik elke dag naar de markt.
Destijds, toen ik nog op de basisschool zat, was mijn lievelingsvak tekenen.
Destijds werkte mijn vader in een fabriek.
Destijds tijdens de feestdagen kwamen alle familieleden bij elkaar.
我构建这部词典,旨在打造同类中最完整的荷兰语学习资源。定义和例句由 AI 生成,因此您可能偶尔会发现错误——请相信您的直觉。