(verwijzing naar een specifiek moment in het verleden)
Destijds woonden we nog in Amsterdam.
De wet werd destijds door veel mensen bekritiseerd.
Destijds was het leven eenvoudiger, en hadden we minder zorgen.
Destijds gingen we vaak met vrienden naar het café op vrijdagavond.
In die tijd was alles nog goedkoper.
Destijds ging ik elke dag naar school.
Destijds moesten we elke dag een presentatie voorbereiden voor de les.
Toenmalig was de situatie heel anders dan nu.
Destijds ging alles van een leien dakje.
Destijds zal ik waarschijnlijk nog op de universiteit zitten.
Destijds vierden we altijd Koningsdag met de hele familie.
Destijds, toen ik nog een kind was, speelde ik vaak in het park dat nu een winkelcentrum is.
Destijds dronken we altijd koffie bij het ontbijt.
Woonde je destijds ook in deze stad?
Destijds woonde ik in een klein dorpje.
Destijds werk ik bij een klein bedrijf in Rotterdam.
Denk eens terug aan hoe het destijds was.
我构建这部词典,旨在打造同类中最完整的荷兰语学习资源。定义和例句由 AI 生成,因此您可能偶尔会发现错误——请相信您的直觉。