(wanneer iemand een intense, negatieve emotie voelt voor een persoon of groep)
Hij voelde een diepe haat tegen de man die zijn vader had bedrogen.
De haat tussen de twee families duurt al generaties lang.
Ze kijkt hem aan met haat in haar ogen.
Zijn haat voor onrecht maakte hem een gedreven activist.
Uit pure haat heeft hij zijn broer jarenlang niet meer gesproken.
De haat tussen de rivaliserende supporters liep die avond hoog op.
我构建这部词典,旨在打造同类中最完整的荷兰语学习资源。定义和例句由 AI 生成,因此您可能偶尔会发现错误——请相信您的直觉。