(iemand spreekt een ontkenning of aanname tegen)
'Jij hebt de afwas niet gedaan!' 'Jawel, ik heb alles netjes schoongemaakt.'
'Je komt toch niet naar het feest?' 'Jawel, ik ben er rond acht uur.'
'Je kunt niet fietsen.' 'Jawel!'
'Heb je niet gebeld?' 'Jawel, gisteravond nog.'
Welke zin inspireerde dit schilderij?
(iemand geeft een beleefd of nadrukkelijk antwoord)
'Meneer, heeft u een reservering?' 'Jawel, op naam van De Vries.'
'Weet je het echt zeker?' 'Jawel hoor, helemaal zeker.'
Jawel mevrouw, uw pakket ligt al klaar bij de balie.
'Dat heb je toch niet zelf gemaakt?' 'Jawel hoor, helemaal alleen.'
我构建这部词典,旨在打造同类中最完整的荷兰语学习资源。定义和例句由 AI 生成,因此您可能偶尔会发现错误——请相信您的直觉。