(praten over de buitenwereld of een wandeling)
We gaan zondag de natuur in om te wandelen.
Nederland heeft prachtige natuurgebieden langs de kust.
Ik hou van de natuur.
Wij wandelen graag in de natuur.
Vroeger speelden de kinderen elke dag in de natuur.
(iemands persoonlijkheid beschrijven)
Hij is van nature een rustige man.
Het ligt niet in haar natuur om te liegen.
Zij is van nature heel vrolijk.
Hij heeft altijd een nieuwsgierige natuur gehad.
(praten over wat iets in de kern is)
De natuur van dit probleem is heel ingewikkeld.
Het gaat om een vraag van politieke natuur.
Het conflict was vooral van financiële natuur.
我构建这部词典,旨在打造同类中最完整的荷兰语学习资源。定义和例句由 AI 生成,因此您可能偶尔会发现错误——请相信您的直觉。