(iemand geeft een negatief antwoord op een vraag)
Kom je morgen? Neen, ik heb geen tijd.
Heb je honger? Neen, ik heb net gegeten.
Neen, ik wil geen koffie.
Tijdens het feest vroeg iemand of ik nog een drankje wilde, maar ik zei neen.
Nee, ik heb geen interesse.
Hij vroeg of ik meeging, maar ik zei neen.
Op het werk vroeg mijn baas of ik over wilde werken, maar ik antwoordde neen.
Een ontkenning zoals neen wordt vaak gebruikt in dagelijkse gesprekken.
Hij wilde per se dat ik meeging, maar ik bleef bij mijn neen.
Ik zei neen tegen het aanbod.
Omdat ik al andere plannen had, antwoordde ik neen op zijn uitnodiging.
Toen hij me vroeg, zei ik neen.
Zei je neen tegen de uitnodiging?
Als je me weer vraagt, zal ik neen zeggen.
Zeg neen als je het niet wilt!
Neen, dat is niet waar.
Ik wil geen taart, neen dank je.
我构建这部词典,旨在打造同类中最完整的荷兰语学习资源。定义和例句由 AI 生成,因此您可能偶尔会发现错误——请相信您的直觉。