(iets is al gebeurd of aanwezig)
De trein is reeds vertrokken toen we aankwamen.
Hij heeft het boek reeds gelezen voordat de les begon.
Ik heb mijn tanden reeds gepoetst.
Zeg maar dat ik reeds ben weggegaan.
Het concert was al begonnen toen we aankwamen.
Is de taart reeds uit de oven?
Hij heeft het al voor elkaar, dus we hoeven ons geen zorgen te maken.
De film is reeds begonnen.
Tegen de tijd dat je aankomt, zal ik reeds vertrokken zijn.
De voorbereidingen zijn reeds in volle gang.
Hoewel hij pas vijf jaar oud is, kan hij reeds lezen als een volwassene.
Ik heb reeds mijn huiswerk gemaakt.
Zij had reeds gegeten voordat de gasten arriveerden.
De winkels zijn reeds gesloten.
De docent had de toetsen reeds nagekeken voordat de les begon.
Het eten is reeds klaar, dus we kunnen aan tafel.
We hebben reeds kennisgemaakt tijdens het feestje van vorige week.
我构建这部词典,旨在打造同类中最完整的荷兰语学习资源。定义和例句由 AI 生成,因此您可能偶尔会发现错误——请相信您的直觉。