Adjective

Attributive Formen

Als je zegt 'de aanwezige mensen' of 'een aanwezige student', gebruik je 'aanwezig' vóór het zelfstandig naamwoord.

Mit bestimmtem Artikel
de aanwezige
"De aanwezige mensen luisteren naar de spreker."
Mit unbestimmtem Artikel
een aanwezige
"Een aanwezige kan vragen stellen."
Ohne Artikel
aanwezig
"Aanwezig is belangrijk voor de vergadering."

PrÀdikative Form

Na 'zijn' of 'worden' gebruik je altijd 'aanwezig': De student is aanwezig.

aanwezig
"De spreker is aanwezig in de zaal."

Komparativ

Om te vergelijken gebruik je 'aanweziger': Hij is aanweziger dan gisteren.

Grundform
aanweziger
"Hij is aanwezigger dan vorige week."
Mit „dan"
aanwezigere
"Zij is aanwezigere dan haar collega."

Superlativ

De superlative is 'aanwezigst': Hij is de aanwezigst in de klas.

Attributiv
aanwezigst
"Hij is de aanwezigst van allemaal."
PrÀdikativ
aanwezigste
"Hij is de aanwezigste gast op het feest."

Wichtige Hinweise

  • usage:'Aanwezig' wordt vaak gebruikt om te zeggen dat iemand op een plaats is.
  • spelling:Let op de schrijfwijze in de vergrotende trap, die kan afwijken van wat je zou verwachten.

Dieses Wörterbuch ist KI-generiert — das einzige vollstĂ€ndige niederlĂ€ndische Lernerwörterbuch seiner Art. Ich aktualisiere gerade auf die neuesten KI-Modelle, daher kann es gelegentlich Fehler geben. Wenn etwas seltsam aussieht, vertraue deinem Instinkt.