NEDERLANDS
🇩🇪

Branden

VerbA2

Hilfsverb

hebben

onovergankelijk en overgankelijk werkwoord

Het werkwoord 'branden' kan zowel letterlijk (vuur) als figuurlijk (bijv. verlangen) gebruikt worden.

Infinitief

Tegenwoordige tijd

  • ik

  • jij / je, u, wij / we, jullie, zij / ze

  • hij, zij / ze, het

Gebiedende wijs

Verleden tijd

  • ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het

  • wij / we, jullie, zij / ze

Aanvoegende wijs

  • ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie, zij / ze

Tegenwoordig deelwoord

Voltooid deelwoord

Beispiele

  • De zon brandt vandaag erg fel.

    tegenwoordige tijd, aantonende wijs

  • Hij heeft zijn hand gebrand aan de hete pan.

    voltooid tegenwoordige tijd, aantonende wijs

  • Brand jij de kaars even?

    tegenwoordige tijd, gebiedende wijs

  • Zij brandden van nieuwsgierigheid naar het antwoord.

    verleden tijd, aantonende wijs

Ich habe dieses Wörterbuch als die vollständigste niederländische Lernressource seiner Art gebaut. Definitionen und Beispiele werden generiert, daher kann es gelegentlich Fehler geben — vertraue deinem Instinkt.