Donderdag
Grundform
'Donderdag' is een bijwoord van tijd en geeft aan op welke dag iets gebeurt. Het wordt vaak gebruikt in combinatie met andere tijdsaanduidingen zoals 'ochtend', 'avond', 'komende' of 'vorige'.
Positionen im Satz
begin van de zin (tijd benadrukken)
De dag zelf is het belangrijkste in de zin.
midden in de zin (na het onderwerp, voor de werkwoorden)
Neutrale positie, de dag is niet extra benadrukt.
eind van de zin (minder gebruikelijk, maar mogelijk)
De dag wordt toegevoegd als een soort naschrift, vaak in spreektaal.
Komparativ
'Donderdag' is een tijdsaanduiding en heeft geen vergrotende of overtreffende trap.
Superlativ
Tijdsaanduidingen zoals 'donderdag' kennen geen superlatief.
Häufige Kombinationen
mit „ochtend/morgen"
Gebruik je om een specifiek deel van donderdag aan te geven.
mit „avond"
Geeft aan dat iets op donderdag in de avond gebeurt.
mit „komende"
Gebruik je om aan te geven dat het om de eerstvolgende donderdag gaat.
mit „vorige"
Gebruik je om aan te geven dat het om de donderdag van de vorige week gaat.
Ähnliche Wörter
deze donderdag
Specifiek voor de eerstvolgende donderdag in de nabije toekomst.
aanstaande donderdag
Formeler dan 'komende donderdag', vaak gebruikt in schriftelijke contexten.
Wichtige Hinweise
- usage:In spreektaal wordt 'donderdag' soms verkort tot 'donderdag' of 'donderdagavond', maar dit is informeel en niet standaard.
- position:Als 'donderdag' aan het begin van de zin staat, kan het onderwerp soms achter de persoonsvorm komen (inversie), vooral in formele of geschreven taal. Bijvoorbeeld: 'Donderdag ga ik naar de dokter.'
Ich habe dieses Wörterbuch als die vollständigste niederländische Lernressource seiner Art gebaut. Definitionen und Beispiele werden generiert, daher kann es gelegentlich Fehler geben — vertraue deinem Instinkt.