Adjective

Attributive Formen

Als je zegt 'de foute tekst' of 'een foute beslissing', gebruik je 'foute' vóór het zelfstandig naamwoord.

Mit bestimmtem Artikel
de foute
"Hij leest de foute tekst."
Mit unbestimmtem Artikel
een foute
"Dat is een foute beslissing."
Ohne Artikel
fout
"Het is fout."

PrÀdikative Form

Na 'zijn' of 'worden' gebruik je altijd 'fout': Het antwoord is fout.

fout
"De antwoord is fout."

Komparativ

Als je iets vergelijkt, gebruik je 'fouter': Deze antwoord is fouter dan die. 'Foutere' gebruik je ook voor zelfstandige naamwoorden: 'de foutere optie'.

Grundform
fouter
"Deze antwoorden zijn fouter dan die."
Mit „dan"
foutere
"De foutere antwoorden zijn hier."

Superlativ

Voor de hoogste vorm gebruik je 'foutste': Dit is de foutste keuze. In de zin 'Het is foutst' wordt 'foutst' ook gebruikt na werkwoorden.

Attributiv
de foutste
"Dat is de foutste keuze."
PrÀdikativ
foutst
"Dit antwoord is foutst van allemaal."

Dieses Wörterbuch ist KI-generiert — das einzige vollstĂ€ndige niederlĂ€ndische Lernerwörterbuch seiner Art. Ich aktualisiere gerade auf die neuesten KI-Modelle, daher kann es gelegentlich Fehler geben. Wenn etwas seltsam aussieht, vertraue deinem Instinkt.