Adjective

Attributive Formen

Als je zegt 'de gelijke antwoorden', gebruik je 'gelijke' vóór het zelfstandig naamwoord. Dit betekent dat de antwoorden hetzelfde zijn.

Mit bestimmtem Artikel
de gelijke
"De gelijke antwoorden zijn goed."
Mit unbestimmtem Artikel
een gelijke
"Het is een gelijke kans voor iedereen."
Ohne Artikel
gelijk
"Zij heeft een gelijk idee."

Prädikative Form

Na 'zijn' gebruik je altijd 'gelijk': De antwoorden zijn gelijk. Dit laat zien dat er geen verschil is.

gelijk
"De antwoorden zijn gelijk."

Komparativ

Als je 'gelijker' gebruikt, vergelijk je twee dingen: Deze sok is gelijker aan die sok. Dit betekent dat de sokken bijna hetzelfde zijn.

Grundform
gelijker
"Dit is gelijker dan dat."
Mit „dan"
gelijker dan
"Hij is gelijker dan zijn broer."

Superlativ

Als je 'gelijkst' gebruikt, spreek je over de beste of meest gelijke in een groep: Dit is de gelijkste keuze van allemaal.

Attributiv
gelijkst
"Het is de gelijkste oplossing."
Prädikativ
gelijkste
"Dit is het gelijkste antwoord."

Wichtige Hinweise

  • usage:'Gelijk' wordt vaak gebruikt om te zeggen dat dingen of personen hetzelfde zijn.
  • spelling:Let op dat je 'gelijk' met een 'g' schrijft en niet met een 'k'.

Dieses Wörterbuch ist KI-generiert — das einzige vollständige niederländische Lernerwörterbuch seiner Art. Ich aktualisiere gerade auf die neuesten KI-Modelle, daher kann es gelegentlich Fehler geben. Wenn etwas seltsam aussieht, vertraue deinem Instinkt.