Haasten
Hilfsverb
hebben
reflexief werkwoord (zich haasten)
Het werkwoord 'haasten' wordt vaak reflexief gebruikt (zich haasten) om aan te geven dat iemand snel iets doet om op tijd te zijn.
Infinitief
Tegenwoordige tijd
ik
jij / je
u
hij, zij / ze, het
wij / we
jullie
zij / ze
Verleden tijd
ik
jij / je
u
hij, zij / ze, het
wij / we
jullie
zij / ze
Voltooid deelwoord
Tegenwoordig deelwoord
Aanvoegende wijs
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie, zij / ze
Gebiedende wijs
jij / je, u, jullie
Beispiele
Ik haast me elke ochtend om de bus te halen.
tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Gisteren haastte hij zich om zijn huiswerk af te maken.
verleden tijd, aantonende wijs
We hebben ons gehaast om op tijd te zijn voor het concert.
voltooid tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Haast je, anders mis je de trein!
tegenwoordige tijd, gebiedende wijs
Ich habe dieses Wörterbuch als die vollständigste niederländische Lernressource seiner Art gebaut. Definitionen und Beispiele werden generiert, daher kann es gelegentlich Fehler geben — vertraue deinem Instinkt.