NEDERLANDS
🇩🇪

Kaal

AdjektivA2

Attributive Formen

Als je 'kaal' voor een zelfstandig naamwoord zet, gebruik je meestal 'kale'. Bijvoorbeeld: 'de kale tak' of 'een kale muur'. Na 'het' gebruik je soms 'kaal': 'het kale hoofd'.

Mit bestimmtem Artikel
Mit unbestimmtem Artikel
Ohne Artikel

Prädikative Form

Na werkwoorden zoals 'zijn', 'worden' of 'blijven' gebruik je altijd 'kaal'. Bijvoorbeeld: 'De boom is kaal' of 'Hij wordt kaal'.

Komparativ

Om te zeggen dat iets meer kaal is dan iets anders, gebruik je 'kaler'. Bijvoorbeeld: 'Deze tuin is kaler dan die tuin'. Je kunt ook 'dan' gebruiken: 'Hij is kaler dan vorig jaar'.

Grundform
Mit „dan"

Superlativ

Om te zeggen dat iets het meest kaal is, gebruik je 'kaalst' of 'kaalste'. Bijvoorbeeld: 'Dit is de kaalste boom in het bos' (attributief) of 'Dit is het kaalst' (predicatief).

Attributiv
Prädikativ

Wichtige Hinweise

  • spelling:Bij de vergrotende trap gebruik je 'kaler' en bij de overtreffende trap 'kaalst(e)'. Let op: 'kaal' verandert niet in 'kale' na 'het' in de stellende trap (bijv. 'het kale hoofd').
  • usage:'Kaal' kan ook figuurlijk gebruikt worden, bijvoorbeeld 'een kale kamer' (een kamer zonder meubels).

Ich habe dieses Wörterbuch als die vollständigste niederländische Lernressource seiner Art gebaut. Definitionen und Beispiele werden generiert, daher kann es gelegentlich Fehler geben — vertraue deinem Instinkt.