Infinitief Ik leer hoe ik 'noemen' in een zin gebruik.
Tegenwoordig deelwoord Zij is noemend waar ik het over heb.
De noemende persoon vertelde veel interessante feiten.
Tegenwoordige tijd ik
Ik noem mijn favoriete boek.
jij / je
u
U noemt de belangrijke punten.
hij
Hij noemt het beste restaurant in de stad.
zij / ze
het
wij / we
Wij noemen het een uitdaging!
jullie
Jullie noemen het een mooi voorbeeld.
Verleden tijd ik
jij / je
Jij noemde het juiste antwoord.
u
U noemde de verkeerde naam.
hij
Hij noemde de datums in de vergadering.
zij / ze
Zij noemde haar favoriete kleur.
wij / we
Wij noemden elkaar altijd bij onze voornaam.
jullie
Jullie noemden het niet correct.
Voltooid deelwoord Hij heeft het al genoemd.
Aanvoegende wijs Ik hoop dat hij noeme wat hij voelt.
Ich habe dieses Wörterbuch als die vollständigste niederländische Lernressource seiner Art gebaut. Definitionen und Beispiele werden generiert, daher kann es gelegentlich Fehler geben — vertraue deinem Instinkt.