O
Attributive Formen
Als je 'oud' gebruikt vóór een zelfstandig naamwoord, verandert de vorm soms. Voor 'de' of 'het' gebruik je 'oude': 'de oude auto'. Voor 'een' gebruik je 'oud': 'een oud huis'.
- Mit bestimmtem Artikel
- Mit unbestimmtem Artikel
- Ohne Artikel
Prädikative Form
Na werkwoorden zoals 'zijn', 'worden' of 'blijven' gebruik je altijd 'oud'. Bijvoorbeeld: 'Deze boom is oud'.
Komparativ
Om te zeggen dat iets meer is dan iets anders, gebruik je 'ouder'. Bijvoorbeeld: 'Mijn zus is ouder dan ik'. Je gebruikt 'dan' om het verschil aan te geven: 'ouder dan'.
- Grundform
- Mit „dan"
Superlativ
Om te zeggen dat iets het meest is van alles, gebruik je 'oudst' of 'oudste'. Na 'het' gebruik je 'oudste': 'het oudste kind'. Na 'is' gebruik je 'oudst': 'Hij is het oudst'.
- Attributiv
- Prädikativ
Wichtige Hinweise
- spelling:Het bijvoeglijk naamwoord 'oud' krijgt een '-e' in de attributieve vorm voor een bepaald lidwoord (de/het) of een bezittelijk voornaamwoord (mijn, jouw, etc.).
- usage:'Oud' kan ook gebruikt worden om de leeftijd van mensen, dieren of dingen aan te geven. Bijvoorbeeld: 'Hoe oud ben jij?'
Ich habe dieses Wörterbuch als die vollständigste niederländische Lernressource seiner Art gebaut. Definitionen und Beispiele werden generiert, daher kann es gelegentlich Fehler geben — vertraue deinem Instinkt.