Rammelen
Hilfsverb
hebben
zwak werkwoord (regelmatig)
Het werkwoord 'rammelen' kan zowel letterlijk (geluid maken door te schudden) als figuurlijk (bijv. honger hebben) gebruikt worden.
Infinitief
Tegenwoordige tijd
ik
jij / je, u, hij, zij / ze, het
wij / we, jullie, zij / ze
Verleden tijd
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het
wij / we, jullie, zij / ze
Voltooid deelwoord
Tegenwoordig deelwoord
Aanvoegende wijs
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie, zij / ze
Gebiedende wijs
Beispiele
De sleutels rammelen in mijn zak als ik loop.
tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Hij heeft gisteren aan de tralies gerammeld.
voltooid tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Rammel niet zo met die borden!
tegenwoordige tijd, gebiedende wijs
Als hij maar niet van de honger rammelt tijdens de reis.
tegenwoordige tijd, aanvoegende wijs
Ich habe dieses Wörterbuch als die vollständigste niederländische Lernressource seiner Art gebaut. Definitionen und Beispiele werden generiert, daher kann es gelegentlich Fehler geben — vertraue deinem Instinkt.