Rijpen
Hilfsverb
zijn of hebben
onovergankelijk werkwoord
Het werkwoord 'rijpen' kan zowel letterlijk (bijv. vruchten) als figuurlijk (bijv. persoonlijke groei) gebruikt worden.
Infinitief
Tegenwoordige tijd
ik
jij / je
u
hij, zij / ze, het
wij / we
jullie
Verleden tijd
ik
jij / je
u
hij, zij / ze, het
wij / we
jullie
Voltooid deelwoord
Tegenwoordig deelwoord
Aanvoegende wijs
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie
Gebiedende wijs
jij / je, u, jullie
Beispiele
De peren rijpen in september.
tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Hij is gerijpt door zijn ervaringen in het buitenland.
voltooid tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Rijp eerst voordat je antwoord geeft.
tegenwoordige tijd, gebiedende wijs
De rijpende aardbeien zijn bijna klaar om geplukt te worden.
tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Ich habe dieses Wörterbuch als die vollständigste niederländische Lernressource seiner Art gebaut. Definitionen und Beispiele werden generiert, daher kann es gelegentlich Fehler geben — vertraue deinem Instinkt.