Schepen
Hilfsverb
hebben
zwak werkwoord (regelmatig)
Het werkwoord 'schepen' betekent het inpakken of laden van goederen, vaak in de context van transport of verzending. Het kan ook figuurlijk gebruikt worden, bijvoorbeeld in 'iemand ergens mee opschepen' (iemand met een probleem opzadelen).
Infinitief
Tegenwoordige tijd
ik
jij / je, u
hij, zij / ze, het
wij / we, jullie
Verleden tijd
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het
wij / we, jullie, zij / ze
Voltooid deelwoord
Tegenwoordig deelwoord
Aanvoegende wijs
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie, zij / ze
Gebiedende wijs
Beispiele
Ik scheep de dozen in voordat de koerier komt.
tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Hij scheepte gisteren alle pakketten in.
verleden tijd, aantonende wijs
De goederen zijn al gescheept en klaar voor verzending.
voltooid tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Scheep de spullen goed in, zodat ze niet beschadigen!
tegenwoordige tijd, gebiedende wijs
Het is noodzakelijk dat wij de spullen zorgvuldig schepen.
tegenwoordige tijd, aanvoegende wijs
Ich habe dieses Wörterbuch als die vollständigste niederländische Lernressource seiner Art gebaut. Definitionen und Beispiele werden generiert, daher kann es gelegentlich Fehler geben — vertraue deinem Instinkt.