NEDERLANDS
🇩🇪

Slingeren

VerbA2

Hilfsverb

hebben

zwak werkwoord (regelmatig)

Het werkwoord 'slingeren' kan zowel letterlijk (iets heen en weer bewegen of gooien) als figuurlijk (iets nonchalant neerleggen) gebruikt worden.

Infinitief

Tegenwoordige tijd

  • ik

  • jij / je, u

  • u

  • hij, zij / ze, het

  • wij / we, jullie, zij / ze

Verleden tijd

  • ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het

  • wij / we, jullie, zij / ze

Voltooid deelwoord

Tegenwoordig deelwoord

Aanvoegende wijs

  • ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie, zij / ze

Gebiedende wijs

  • jij / je, u, jullie

Beispiele

  • De boot slingert op de golven.

    tegenwoordige tijd, aantonende wijs

  • Hij heeft zijn tas op de grond geslingerd.

    voltooid tegenwoordige tijd, aantonende wijs

  • Slinger die bal eens hierheen!

    tegenwoordige tijd, gebiedende wijs

  • Als hij zijn sleutels maar niet steeds slingert waar hij loopt.

    tegenwoordige tijd, aanvoegende wijs

Ich habe dieses Wörterbuch als die vollständigste niederländische Lernressource seiner Art gebaut. Definitionen und Beispiele werden generiert, daher kann es gelegentlich Fehler geben — vertraue deinem Instinkt.