Smokkelen
Hilfsverb
hebben
zwak werkwoord (regelmatig)
Dit werkwoord wordt vaak gebruikt in de context van illegale activiteiten, zoals het illegaal vervoeren van goederen of mensen.
Infinitief
Tegenwoordige tijd
ik
jij / je, u, hij, zij / ze, het
wij / we, jullie, zij / ze
Verleden tijd
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het
wij / we, jullie, zij / ze
Voltooid deelwoord
Tegenwoordig deelwoord
Aanvoegende wijs
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie, zij / ze
Gebiedende wijs
jij / je, u, jullie
Beispiele
Ik smokkel nooit iets illegaals.
tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Hij heeft gisteren een pakketje gesmokkeld.
voltooid tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Smokkel geen drugs!
tegenwoordige tijd, gebiedende wijs
Als hij zou smokkelen, zou hij grote problemen krijgen.
onvoltooid verleden toekomende tijd, voorwaardelijke wijs
Ich habe dieses Wörterbuch als die vollständigste niederländische Lernressource seiner Art gebaut. Definitionen und Beispiele werden generiert, daher kann es gelegentlich Fehler geben — vertraue deinem Instinkt.