NEDERLANDS
🇩🇪

Uitlachen

VerbA2

Hilfsverb

hebben

scheidbaar werkwoord, regelmatig (met uitzondering van de scheiding)

Het werkwoord 'uitlachen' heeft een negatieve connotatie en betekent dat iemand bespot of belachelijk gemaakt wordt. Het wordt vaak gebruikt in contexten waarin iemand zich gekwetst of vernederd voelt.

Infinitief

Tegenwoordige tijd

  • ik

  • jij / je

  • u

  • hij, zij / ze, het

  • wij / we

  • jullie

  • zij / ze

Verleden tijd

  • ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het

  • wij / we, jullie, zij / ze

Voltooid deelwoord

Tegenwoordig deelwoord

Aanvoegende wijs

  • ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het

  • wij / we, jullie, zij / ze

Gebiedende wijs

Beispiele

  • De kinderen lachen de nieuwe leerling uit omdat hij een bril draagt.

    tegenwoordige tijd, aantonende wijs

  • Hij heeft haar nooit uitgelachen, ook al maakte ze fouten.

    voltooid tegenwoordige tijd, aantonende wijs

  • Als je mij uitlacht, voel ik me verdrietig.

    tegenwoordige tijd, voorwaardelijke wijs

  • Lach me niet uit! Ik probeer alleen maar te helpen.

    tegenwoordige tijd, gebiedende wijs

Ich habe dieses Wörterbuch als die vollständigste niederländische Lernressource seiner Art gebaut. Definitionen und Beispiele werden generiert, daher kann es gelegentlich Fehler geben — vertraue deinem Instinkt.