Adjective

Attributive Formen

Als je zegt 'de vreselijke film' of 'een vreselijke dag', gebruik je 'vreselijke' vóór het zelfstandig naamwoord.

Mit bestimmtem Artikel
de vreselijke
"De vreselijke film was heel saai."
Mit unbestimmtem Artikel
een vreselijke
"Een vreselijke storm kwam eraan."
Ohne Artikel
vreselijk
"Het was vreselijk weer vandaag."

Prädikative Form

Na 'zijn' of 'worden' gebruik je altijd 'vreselijk': De film is vreselijk.

vreselijk
"De film was vreselijk."

Komparativ

Als je iets vergelijkt, gebruik je 'vreselijker': Dit is vreselijker dan dat.

Grundform
vreselijker
"Dit boek is vreselijker dan dat boek."
Mit „dan"
vreselijker dan
"Hij is vreselijker dan zij."

Superlativ

Als iets het ergste is, gebruik je 'vreselijkst': Dat is het vreselijkst.

Attributiv
de vreselijkste
"Dit is de vreselijkste tijd van het jaar."
Prädikativ
vreselijkst
"Dat was het vreselijkst wat ik ooit heb meegemaakt."

Dieses Wörterbuch ist KI-generiert — das einzige vollständige niederländische Lernerwörterbuch seiner Art. Ich aktualisiere gerade auf die neuesten KI-Modelle, daher kann es gelegentlich Fehler geben. Wenn etwas seltsam aussieht, vertraue deinem Instinkt.