Werkloos
Attributive Formen
Als je 'werkloos' vóór een zelfstandig naamwoord gebruikt, verandert het vaak in 'werkloze'. Bijvoorbeeld: 'de werkloze vrouw' of 'een werkloze man'. Dit geldt voor zowel de- als het-woorden. Als je het adjectief alleen gebruikt, zonder zelfstandig naamwoord, dan blijft het 'werkloos': 'Werkloos zijn is moeilijk.'
- Mit bestimmtem Artikel
- Mit unbestimmtem Artikel
- Ohne Artikel
Prädikative Form
Na werkwoorden zoals 'zijn', 'worden' of 'blijven' gebruik je altijd 'werkloos'. Bijvoorbeeld: 'Hij is werkloos' of 'Zij wordt werkloos'. Het verandert hier niet.
Komparativ
Om te zeggen dat iets of iemand meer werkloos is dan iets of iemand anders, gebruik je 'werklozer'. Bijvoorbeeld: 'Er zijn nu werklozer mensen dan vorig jaar'. Als je een vergelijking maakt, gebruik je 'werklozer dan': 'Hij is werklozer dan zijn vriend.'
- Grundform
- Mit „dan"
Superlativ
Om te zeggen dat iets of iemand het meest werkloos is, gebruik je 'werkloost' of 'werklooste'. Bijvoorbeeld: 'Hij is het werkloost van allemaal' (na 'zijn') of 'de werklooste persoon' (vóór een zelfstandig naamwoord). Let op de extra 't' in de overtreffende trap!
- Attributiv
- Prädikativ
Wichtige Hinweise
- spelling:In de overtreffende trap krijgt 'werkloos' een 't' aan het eind: 'werkloost'. Dit is een uitzondering op de normale regel voor adjectieven die op -s eindigen.
- usage:'Werkloos' wordt vaak gebruikt om een situatie te beschrijven waarin iemand geen betaald werk heeft, maar wel actief op zoek is naar een baan.
Ich habe dieses Wörterbuch als die vollständigste niederländische Lernressource seiner Art gebaut. Definitionen und Beispiele werden generiert, daher kann es gelegentlich Fehler geben — vertraue deinem Instinkt.