Adjective

Attributive Formen

Als je zegt 'de zelfstandige werknemer' of 'een zelfstandige onderneming', gebruik je 'zelfstandige' vóór het zelfstandig naamwoord.

Mit bestimmtem Artikel
de zelfstandige
"De zelfstandige werknemer werkt vaak thuis."
Mit unbestimmtem Artikel
een zelfstandige
"Een zelfstandige kan zijn eigen uren bepalen."
Ohne Artikel
zelfstandig
"Zelfstandig zijn is belangrijk voor veel mensen."

Prädikative Form

Na 'zijn' of 'worden' gebruik je altijd 'zelfstandig': Hij is zelfstandig.

zelfstandig
"Hij is zelfstandig en kan goed voor zichzelf zorgen."

Komparativ

Je gebruikt 'zelfstandiger' als je twee dingen of mensen vergelijkt. Bijvoorbeeld: 'Zij is zelfstandiger dan hij.'

Grundform
zelfstandiger
"Zij is zelfstandiger dan haar zus."
Mit „dan"
zelfstandiger
"Hij is zelfstandiger dan zij."

Superlativ

Bij de superlative gebruik je 'de zelfstandigste' om het hoogste niveau aan te geven. Bijvoorbeeld: 'Hij is de zelfstandigste in zijn klas.'

Attributiv
de zelfstandigste
"Hij is de zelfstandigste van ons team."
Prädikativ
zelfstandigst
"Jij bent het zelfstandigst van allemaal."

Wichtige Hinweise

  • usage:'Zelfstandig' wordt vaak gebruikt voor mensen die zelfstandig kunnen leven of werken.
  • irregular:In de vergrotende trap is 'zelfstandig' iets anders dan de meeste bijvoeglijke naamwoorden omdat het ook soms in dezelfde vorm kan komen voor vrouwelijke woorden.

Dieses Wörterbuch ist KI-generiert — das einzige vollständige niederländische Lernerwörterbuch seiner Art. Ich aktualisiere gerade auf die neuesten KI-Modelle, daher kann es gelegentlich Fehler geben. Wenn etwas seltsam aussieht, vertraue deinem Instinkt.