NEDERLANDS
🇩🇪

Zonnig

AdjektivA2

Attributive Formen

Als je 'zonnig' voor een zelfstandig naamwoord gebruikt, zeg je meestal 'zonnige'. Bijvoorbeeld: 'de zonnige hemel' of 'een zonnige dag'. Bij onzijdige woorden met een onbepaald lidwoord gebruik je soms 'zonnig', zoals in 'een zonnig plekje'.

Mit bestimmtem Artikel
Mit unbestimmtem Artikel
Ohne Artikel

Prädikative Form

Na werkwoorden zoals 'zijn', 'worden' of 'blijven' gebruik je altijd 'zonnig'. Bijvoorbeeld: 'Het weer is zonnig' of 'Het wordt zonnig'.

Komparativ

Als je wilt zeggen dat iets meer zonnig is dan iets anders, gebruik je 'zonniger'. Bijvoorbeeld: 'Deze week is zonniger dan vorige week'. Je kunt ook 'dan' gebruiken: 'Het is hier zonniger dan in België'.

Grundform
Mit „dan"

Superlativ

Voor het hoogste niveau van zonnigheid gebruik je 'zonnigst' of 'zonnigste'. Na 'het' of 'de' gebruik je 'zonnigste': 'de zonnigste dag'. Na 'het is' gebruik je 'zonnigst': 'Het is vandaag het zonnigst'.

Attributiv
Prädikativ

Wichtige Hinweise

  • usage:Het bijvoeglijk naamwoord 'zonnig' verandert niet in de onzijdige vorm met een onbepaald lidwoord (een zonnig dagje).
  • spelling:In de vergrotende en overtreffende trap eindigt het woord op '-er' en '-st', maar de basisvorm blijft herkenbaar.

Ich habe dieses Wörterbuch als die vollständigste niederländische Lernressource seiner Art gebaut. Definitionen und Beispiele werden generiert, daher kann es gelegentlich Fehler geben — vertraue deinem Instinkt.