NEDERLANDS
🇩🇪

Woordenlijst

Die häufigsten niederländischen Wörter, sortiert nach ihrem Vorkommen in der Alltagssprache. Basierend auf dem SUBTLEX-NL-Korpus — 44 Millionen Wörter aus niederländischen Film- und Fernsehuntertiteln.

951–1000 von 4783 Wörtern

Top 5.000 — umfassender Wortschatz
951schaduwv.iemand stiekem volgen
952kruisn.figuur met lijnen
955invloedn.invloed hebben
957hut
959spannendv.doen oprekken of trekken
962snijdenv.iets in stukken maken
964nieuwsgierigadj.willig om te leren
965koninkrijkn.land met koning
966uitzienv.eruit zien
969seizoenn.periode van het jaar
972geschiktv.iets in orde maken
973proefn.oude Engelse proef
974overheidn.bestuur van land of gebied
976haln.open ruimte
978wolf
979bepalenpron.onbepaald iets
981helderadj.duidelijk en licht
982pechn.ongeluk of tegenslag
983zenuwachtigadj.onjuldig of nerveus
984feestenv.vieren of plezier maken
985daarbinnenadv.binnen die plek
986braafadj.gehoorzaam en netjes
987huiswerkn.schoolopdracht thuis
988privén.eigen persoonlijk leven
989vanzelfadv.zonder hulp of moeite
990seconden.tijdseenheid zestigste minuut
991verdwijnv.weggaan uit zicht
992zandv.met zand bestrooien
993tekstn.geschreven of gesproken woorden
994minv.seks hebben met iemand
995grootvadern.vader van ouder
996schuddenv.heen en weer bewegen
997geboorten.begin van leven
998verlegenv.anders neerleggen
999aanpakkenv.iets aanpakken
1000koudeadj.laag temperatuur