Woordenlijst
Die häufigsten niederländischen Wörter, sortiert nach ihrem Vorkommen in der Alltagssprache. Basierend auf dem SUBTLEX-NL-Korpus — 44 Millionen Wörter aus niederländischen Film- und Fernsehuntertiteln.
4551–4600 von 4783 Wörtern
4551zwembadpas
4552zorginstelling
4553zomerkleed
4554zomerbloem
4555zitbad
4556zilverstuk
4557zilverdraad
4558zijkamer
4559ziekteverzuim
4560ziekmaker
4561zeeklimaat
4562zandheuvel
4563zakenmens
4564wo-opleiding
4565woonschip
4566winkeldeur
4567werkzaamheid
4568wegzweven
4569waterplant
4570waterlander
4571waddengebied
4573vwo-diploma
4574vwo
4575vrouwenkleed
4576vrijmarkt
4577voorlezer
4578voorjaarszon
4579voorbeen
4580voldoend
4581vmbo-diploma
4582vmbo
4583vleesvervanger
4584vleesproduct
4585visman
4586verwijskaart
4587verwijsbrief
4588vertaalbureau
4589verstuiving
4590verslaven
4591verontwaardigen
4592verkeerssituatie
4593verkeersoverlast
4594aanzweven
4595veekoopman
4596varkensrib
4597van tevoren
4598vakkenpakket
4599vakantieverhalen
4600vakantieplan