Woordenlijst
Die häufigsten niederländischen Wörter, sortiert nach ihrem Vorkommen in der Alltagssprache. Basierend auf dem SUBTLEX-NL-Korpus — 44 Millionen Wörter aus niederländischen Film- und Fernsehuntertiteln.
2351–2400 von 4240 Wörtern
Weniger häufige Wörter
2351mailbox
2352eindresultaat
2353amfibie
2354overdaad
2355vismarkt
2356goedzak
2357hindoe
2358migratie
2359skinhead
2360slaapverwekkend
2361uitvaartcentrum
2362verhaallijn
2363zeeniveau
2364bankbediende
2365deskundig
2366koplamp
2367kostprijs
2368kwalificeren
2369meepraten
2370ongeregeld
2371poëet
2372seponeren
2373soortgelijk
2374technologisch
2375vergrendeling
2376vertroetelen
2377voortbrengen
2378afijn
2379betaalbaar
2380gestreept
2381gezoem
2382schoolvriendin
2383afschermen
2384jeugdig
2385terugvragen
2386binnenweg
2387afzetterij
2389evident
2390flexibiliteit
2391furieus
2392minachtend
2393ondervoed
2394vooruitgaan
2395vermoeien
2396stereotype
2397zakenrelatie
2398wezenloos
2399wasbeurt
2400taalkundige