NEDERLANDS
🇩🇪

Woordenlijst

Die häufigsten niederländischen Wörter, sortiert nach ihrem Vorkommen in der Alltagssprache. Basierend auf dem SUBTLEX-NL-Korpus — 44 Millionen Wörter aus niederländischen Film- und Fernsehuntertiteln.

101–150 von 3051 Wörtern

Top 5.000 — umfassender Wortschatz
101vermaakv. — plezier geven
102diamantn. — voorwerp
104oproepv. — iemand oproepen
105depressiefadj. — gevoel van somberheid
109ongedeerdadj. — zonder verwondingen
110scholenv. — gaan naar scholen
111honkbalv. — honkbal spelen
113medaillen. — een metalen voorwerp dat iemand krijgt
115falenn. — het niet slagen of niet goed
118sausv. — saus gebruiken of toevoegen
119vrijwillign. — persoon die helpt
120banenv. — iets effenen of opruimen
121waardigheidn. — eerbiedige houding
122compagnien. — handelsonderneming
123vrijuitadv. — zonder straf of zonder terughoudendheid
124onschuldn. — het feit dat je niets verkeerds
125alhoewelconj. — hoewel ondanks dat
127golvenv. — bewegen als water
128ffahrenheit
130vuilnisn. — afval dat je weggooit
131echo
133duikv. — onder water gaan
134tijdperkn. — lange periode era
135faillietn. — persoon in bankroet
136sherryn. — versterkte wijn uit spanje
137popcornn. — gepofte maïskorrels als snack
138stalenn. — een opname met peilen
141genotn. — prettig gevoel
142kanjern. — grote indrukwekkende persoon
144orkaann. — zeer sterke storm tropische cycloon figuurlijk
145roemn. — eer of bekendheid
Häufige Wörter
146aanzienv. — uiterlijk of aanzien
147lekkersadj. — smaakt goed
148grootten. — afmeting
149gebiedenv. — meerdere terreinen
150ritueeln. — vastgelegde symbolische handeling en