Woordenlijst
Die häufigsten niederländischen Wörter, sortiert nach ihrem Vorkommen in der Alltagssprache. Basierend auf dem SUBTLEX-NL-Korpus — 44 Millionen Wörter aus niederländischen Film- und Fernsehuntertiteln.
2951–3000 von 3051 Wörtern
2951onderwijsaanbod
2952ondertitelen
2953ondernemingsraad
2954omzwerving
2955omwonend
2956omwille van
2957omverblazen
2958ommeland
2959omgangstalen
2960omgangstaal
2961ombudsdienst
2962obesitas
2963normering
2964normerende
2965normeren
2966noordwesterstorm
2967nieuwsartikel
2968niet-rationeel
2969niet-nakoming
2970niet-academische
2972netwerksite
2973nettoresultaat
2974neerlandicus
2975neerhurken
2976naziregime
2977navelstaren
2979naslag
2980naambekendheid
2981muziekwetenschap
2982muziekgenre
2983muurvlak
2984muurklimmen
2985museumzaal
2986museumplein
2987museumbezoeker
2988multitasker
2991muismat
2992muisklik
2993moslimbevolking
2994morsig
2996moderniteit
2997mispeuteren
2998misnoegdheid
2999miskennen
3000minimuminkomen