NEDERLANDS
🇩🇪

Woordenlijst

Die häufigsten niederländischen Wörter, sortiert nach ihrem Vorkommen in der Alltagssprache. Basierend auf dem SUBTLEX-NL-Korpus — 44 Millionen Wörter aus niederländischen Film- und Fernsehuntertiteln.

5251–5300 von 89581 Wörtern

Häufige Wörter
5251decemberA2n.laatste maand van het jaar
5252hoepelA2v.met hoepel spelen
5254smeektev.dringend vragen
5256biefstukA2n.stuk rundvlees
5258analyseB1
5259aangepaktv.iets aanpakken
5260pierB1
5261overwinnenA2v.een gevoel bedwingen
5263moetjen.moetige persoon
5264garanderenB1v.iets zeker beloven
5265misdadigerA2n.iemand die een misdaad pleegt
5266makkelijkeadj.simpel of eenvoudig
5267lamA2v.iets of iemand verlammen lichamelijk of
5268lastigeadj.moeilijk of vervelend
5270euhB1
5271vB1
5272beperktadj.iets inperkend
5273voornamelijkA2adv.voor het grootste deel vooral
5274bonus
5275automatischA2adj.vanzelf zonder menselijke hulp
5276personageB2
5278publieken.publiek als groep
5280herinnerdev.iets terugroepen
5281geloofdenn.vertrouwen in persoon
5282dreigtv.gevaar aankondigen
5283dalev.naar beneden gaan
5285gekniptn.kort geluid van schaar
5286katerA2
5287gerechtA2n.rechte zijde of lijn
5288gegroeidv.ontwikkelen in grootte
5291religieB1
5292opmerkingB1
5293principeB1n.grondbeginsel of regel
5295overlijdenA2n.het sterven het moment dat iemand
5297onderwijsA2n.het geven en organiseren van lessen
5300meeneemtv.iets pakken en brengen