Woordenlijst

Die häufigsten niederländischen Wörter, sortiert nach ihrem Vorkommen in der Alltagssprache. Basierend auf dem SUBTLEX-NL-Korpus — 44 Millionen Wörter aus niederländischen Film- und Fernsehuntertiteln.

5351–5400 von 89581 Wörtern

Häufige Wörter
5351atmosfeerB1n.de lucht om ons heen
5353appels
5354lampenn.lichtbron voor kamer
5355zootje
5356vuurwerkA2
5357gewondeB1v.verwonden maken
5358tweemaalA2
5359gevolgA2
5360generatiesn.groep mensen geboren samen
5361stuurdenv.de actie van sturen
5362neefje
5363wrede
5365netten.draad of net
5366vooraanB1
5367honingA2
5369leeuwenn.de sterrenbeelden
5371gepastn.politieke partij
5372lesbischB1
5374strot
5376bedienenA2
5378griepA1n.virus ziekte
5379onvoorzetsel en bijwoord
5380g
5382daders
5383preekB1
5384condoomB1
5386ijzerA2n.metaal voor constructies
5387pikt
5388pijlA2
5389vrijdagavondA1n.avond van vrijdag
5390hechtB1
5391slapA2v.ontspannen of niet actief zijn
5392smakenA2
5393deltaB1
5397sapA2
5398bevindenB1
5400schaamteA2