NEDERLANDS
🇩🇪

Woordenlijst

Die häufigsten niederländischen Wörter, sortiert nach ihrem Vorkommen in der Alltagssprache. Basierend auf dem SUBTLEX-NL-Korpus — 44 Millionen Wörter aus niederländischen Film- und Fernsehuntertiteln.

6151–6200 von 89581 Wörtern

Häufige Wörter
6151opvoedenA2v.kinderen grootbrengen
6152latijn
6153helikoptersv.met helikopter vervoeren
6154intelligenteadj.slim en verstandig
6159gehoorn.vermogen om te horen
6160belastingenn.geld dat je betaalt
6161bezieltv.leven of inspiratie geven
6162verwendv.iemand plezier doen
6163binnenkantA2n.innerlijke zijde van iets
6166ontkenv.iets niet toegeven
6167natrekkenv.overtrekken met potlood
6168monnikA2n.religieuze man in klooster
6169lustenA2v.iets lekker vinden
6171zaterdagavondA1adv.zaterdag in de avond
6173pastaA2n.Italiaanse deegwaar
6174lipA2v.uitspreken zonder geluid
6175stammenn.volksgroep
6178mama'sn.moeder vrouw
6179verwachtingA2n.hoop op iets
6180uitgekomenv.naar buiten komen
6181instrumentA2n.voorwerp om muziek te maken
6182geldenA2n.munt of bankbiljetten
6183ingenieurB2n.technisch beroep
6184herder
6185dingetjev.meervoud van ding
6186blikkenv.zien, kijken
6190dunnev.minder dik maken
6191afdrukA2v.iets op papier zetten
6192zwakten.gebrek aan kracht
6193websiteA1n.plek op internet
6194planetenn.hemellichaam om zon
6195vizier
6196vlekkenA2v.vlekken maken of krijgen
6197uitgesprokenB1adj.duidelijk merkbaar
6198tussenuitB1
6200studeertv.leren of onderwijs volgen