Woordenlijst

Die häufigsten niederländischen Wörter, sortiert nach ihrem Vorkommen in der Alltagssprache. Basierend auf dem SUBTLEX-NL-Korpus — 44 Millionen Wörter aus niederländischen Film- und Fernsehuntertiteln.

2201–2250 von 89581 Wörtern

Top 5.000 — umfassender Wortschatz
2201eenheidB1
2202brave
2203vriendschapA2n.band tussen vrienden
2204stijlB1
2206mr.
2207benzineA1n.brandstof voor auto
2208durftv.moed hebben om te doen
2209duurdev.tijd blijven bestaan
2213plusC1
2215tunnelA2n.ondergrondse doorgang voor verkeer
2216brilA2v.meerdere brillen
2217beroemdA2adj.bij veel mensen bekend
2218tieten
2219ligv.stellen in een horizontale positie
2220pizzaA1n.italiaans gerecht
2221namelijkA2adv.namelijk of te weten
2222smeek
2223reputatieB1
2224teef
2225belangrijkeradj.erg significant
2226smerigA2adj.vies en vuil
2227sara
2228vogelsv.die vogels aanpakken
2229sneeuwA1n.snow
2231ademenA2v.lucht halen
2232scèneA2n.deel van toneel of film
2233breektv.iets kapot maken
2234daaraanA2adv.aan die zaak
2235snelheidA2n.hoe snel iets gaat
2236bleekA2adj.kleur zonder tint
2237stopten.onderbreking of stilstand
2238sprongA2n.lente seizoen
2239verslagA2n.schriftelijk rapport
2240gedeelteB1
2241moordenaarsn.iemand die doodt
2242hoefden.onderdeel van hoef
2243dinerA2n.feestelijke avondmaaltijd
2244vuilA2adj.niet schoon
2245onderwerpA1v.meerdere onderwerpen
2247kleedA1n.stuk kleding
2248jachtA2v.meervoud van jacht
2249beweegtv.zich verplaatsen of veranderen
2250reactieA2n.antwoord op iets