NEDERLANDS
🇩🇪

Woordenlijst

Die häufigsten niederländischen Wörter, sortiert nach ihrem Vorkommen in der Alltagssprache. Basierend auf dem SUBTLEX-NL-Korpus — 44 Millionen Wörter aus niederländischen Film- und Fernsehuntertiteln.

2401–2450 von 89581 Wörtern

Top 5.000 — umfassender Wortschatz
2401hieruitB2adv.van deze plaats
2403rijdv.verplaatsen met voertuig
2404gegooidn.vorm van gooien
2405dekA2v.iets bedekken of beschermen
2406bijzondersn.bijzonder iets of geval
2407kankerA2interj.scheldwoord
2408helikopterB2v.met helikopter vervoeren
2410eindigtv.ophouden te bestaan
2411biedv.geven iets
2414volgendv.achter iets aan gaan
2415rondeA2v.rond maken of zijn
2416suikerA2v.suiker toevoegen
2417wijfA2
2418kooptn.aankoop of transactie
2419verdachtA2
2420vergatv.niet herinneren
2421fietsB1v.rijden op een fiets
2422marineB2
2423lord
2424verdweenv.weggaan uit zicht
2425gevaarlijkeadj.risico met gevolgen
2426daaroverA2
2427winadj.behaald resultaat
2428kamersv.act of kameren
2430penA2v.werkwoord pennen
2432winstA2n.geld dat je verdient
2433dooddev.iemand ombrengen
2434ontspanv.relaxen of kalm worden
2435slangA2n.een groep slangen
2436materiaalB1
2438theaterB1n.gebouw voor toneelvoorstellingen
2439dapperA2
2440bandenn.verbinding tussen dingen
2441schilderijA2n.kunstwork op doek
2442legev.soldaten verplaatsen
2443flauwA2adj.saai en oninteressant
2445pakjen.klein pakketje
2447herkennenA2v.iemand iets weer zien
2448verdiendev.geld krijgen voor werk
2449doodgaanA2v.niet meer leven
2450proostA2n.persoon die proost zegt