Aflopen
Verbten einde komen, eindigen
(iets of iemand loopt af)
De film loopt om tien uur af.
Het project loopt volgende maand af.
- Compound
De wedstrijd eindigde, maar het was spannend tot het laatste moment.
- Future Tense
De film zal volgende week eindigen.
- Imperative
Eindig dit project op tijd!
- Synonym
Het project heeft zijn einde bereikt.
- Complex
De vakantie, die snel voorbijging, eindigde te vroeg.
- Past Tense
Hij eindigde het gesprek op een vriendelijke noot.
- Declarative
De conferentie eindigt morgen.
- Context & Scenario
Aan het einde van de dag, kan het project eindelijk eindigen.
- Context & Scenario
Na een lange dag at ik een ijsje om de dag goed te eindigen.
- Idiomatic
De bijeenkomst liep op zijn einde, en iedereen zei vaarwel.
- Simple
Het verhaal eindigt gelukkig.
- Present Tense
Het boek eindigt met een grote onthulling.
- Interrogative
Wanneer eindigt de bijeenkomst?
- Context & Scenario
We eindigen de les met een samenvatting.
- Related Word
De conclusie van het boek was dat alles tot een einde komt.
gebeuren, tot een resultaat komen
(de cursus loopt goed af)
Het gesprek liep zonder problemen af.
Gelukkig is alles goed afgelopen.
- Compound
De cursus loopt goed af, en de studenten zijn blij met de resultaten.
- Past Tense
De cursus eindigde met goede recensies.
- Interrogative
Zullen de resultaten van de cursus goed zijn?
- Context & Scenario
Na deze cursus kan ik veel beter plannen maken voor de toekomst.
- Simple
De cursus is succesvol afgelopen.
- Present Tense
De cursus eindigt volgende week.
- Declarative
De resultaten zijn echt goed, dat is zeker waar.
- Complex
De cursus, die veel enthousiasme heeft opgewekt, loopt goed af.
- Future Tense
De cursus zal eindigen met een presentatie van de projecten.
- Imperative
Laten we hopen dat de cursus goed afloopt!
om iets heen lopen of zich naar beneden bewegen
(een pad loopt af naar een dal)
Het pad loopt af naar het meer.
De straat loopt af naar het station.
- Complex
Het pad, dat door het bos slingert, leidt naar een prachtige uitzichtpunt.
- Present Tense
De hond loopt altijd over het pad als we gaan wandelen.
- Declarative
De weg leidt naar het pad dat naar het dorp gaat.
- Imperative
Neem het pad naar rechts!
- Context & Scenario
We hebben een nieuw pad aangelegd voor de wandelaars.
- Synonym
Het pad, of padje, dat naar beneden leidt, is lastig om te navigeren.
- Simple
Het pad gaat naar de struiken.
- Future Tense
Ik zal morgen het pad naar de heuvel nemen.
- Context & Scenario
Ik maak vaak gebruik van het pad in het park.
- Context & Scenario
Tijdens de pauze verkenden we het pad achter de school.
- Related Word
Het voetpad aan de zijkant van de weg is veilig voor wandelaars.
- Compound
Het pad leidt naar het riviertje, en het is erg smal.
- Past Tense
Vorig jaar liep ik vaak over het pad naar het veld.
- Interrogative
Loopt het pad naar het park of naar de stad?
- Context & Scenario
De leraar vertelde ons over het pad dat door het bos leidt.
- Idiomatic
We moeten het pad volgen, ook al is het omweg.
iets dat uitwerking verliest, minder actueel wordt
(de tegoeden lopen af)
De aanbiedingen lopen snel af, dus wees er snel bij.
Zijn abonnement loopt binnenkort af.
- Simple
Het abonnement verloopt binnenkort.
- Present Tense
Het recht verliest zijn geldigheid na vijf jaar.
- Interrogative
Verliest dat project zijn effect als we niets doen?
- Complex
Het abonnement, dat al een jaar loopt, verliest snel zijn waarde.
- Future Tense
Het recht zal zijn geldigheid verliezen als het niet wordt vernieuwd.
- Imperative
Verlies niet de kans om te vernieuwen!
- Compound
Het abonnement verloopt binnenkort, maar je kunt het nog wel verlengen.
- Past Tense
Het recht verloor zijn geldigheid na vijf jaar.
- Declarative
Dat project verliest zijn effect als er geen updates komen.
- Context & Scenario
De kortingen op de artikelen in de winkel verliezen binnenkort hun geldigheid.