(in de keuken na de maaltijd)
Ik was straks de borden en pannen af.
Mijn moeder heeft alle glazen al afgewassen.
Wij wassen samen de vaat af na het eten.
Gisteravond waste ik alle borden af.
Heb jij de pannen al afgewassen?
Welke zin inspireerde dit schilderij?
(wanneer iets vies of vuil is)
Je moet de tafel even afwassen, hij is plakkerig.
Hij waste het bloed van zijn knie af onder de kraan.
Was even je handen af voor we gaan eten.
Ze probeerde de verf van haar vingers af te wassen.
I built this dictionary to be the most complete Dutch learner's resource of its kind. Definitions and examples are generated, so you may spot the occasional mistake — trust your instincts.