(een baan hebben, een nieuwe baan zoeken)
Ik heb een nieuwe baan bij een groot bedrijf.
Zij zoekt al maanden naar een leuke baan.
Na het afstuderen vond hij snel een vaste baan.
Veel jonge mensen zoeken een deeltijdbaan naast hun studie.
Welke zin inspireerde dit schilderij?
(zwembaan, atletiekbaan, schaatsbaan)
Hij zwemt elke dag twintig banen in het zwembad.
De atleten lopen op de binnenste baan.
Op de schaatsbaan oefenden de kinderen nieuwe sprongen.
(de rijbaan, de spoorbaan, de middelste baan)
Op de snelweg zijn drie banen open.
De trein rijdt op een aparte baan.
Blijf op de rechter baan van de snelweg.
(een baan om de aarde, in een baan)
De maan draait in een baan om de aarde.
De satelliet blijft in een vaste baan rond de planeet.
De aarde beweegt in een elliptische baan om de zon.
(een baan stof, een baan behang)
Zij knipte een baan stof voor het gordijn.
Er past nog één baan behang op deze muur.
Hij plakte de laatste baan behang op de muur.
I built this dictionary to be the most complete Dutch learner's resource of its kind. Definitions and examples are generated, so you may spot the occasional mistake — trust your instincts.